Gratis klankschaal E-book!

Vermijd valkuilen van verkooptrucs!

 Ontdek hoe verkoopverhalen je veel geld kunnen kosten.

Doorzie de zin en onzin van chakra-klankschalen.

Wat je misschien nog niet weet, maar wel zou moeten weten over oude klankschalen.


Zingende Schalen

 

Ik kreeg een vraag van één van mijn nieuwsbrieflezers: hoe laat ik mijn klankschaal zingen? Voor de duidelijkheid, dat is een techniek om met de klopper langs de rand van een klankschaal te strijken. Waarmee je een bijzonder geluid uit je schaal haalt. Een beetje zoals het laten “zingen” van een wijnglas, wanneer je met een natte vinger over de rand wrijft.

 

Tenminste, ik ga er vanuit dat ze dat bedoelde. Hoe je een klankschaal het nationale volkslied laat zingen, weet ik namelijk ook niet.

 

Als je een zingend geluid uit je klankschaal wilt krijgen, is het in de eerste plaats belangrijk dat je klopper en klankschaal daarvoor geschikt zijn.

Sommige mensen laten hun klankschaal zingen met een kale houten stick. Maar dat heeft niet mijn voorkeur. De houten stick tegen de klankschaal. Het gaat “hard tegen hard”. Het voelt niet respectvol. En de kans bestaat dat je eerder schurende geluiden en krassen op je schaal krijgt.

 

Ook met een klopper van vilt kun je je klankschaal niet laten zingen. Wat je nodig hebt is een houten klopper: een klankschaalstick bekleed met leer.

Belangrijk is dat het leer “stroef” is. Zodat het voldoende wrijving geeft om de klankschaalrand in trilling te brengen. Het leer van een klankschaalstick is soms  niet stroef genoeg. Dit komt vaker voor bij “oude” kloppers. Het leer is daardoor uitgedroogd en glad geworden.

Soms helpt het als je het leer voorzichtig wat opruwt. Met een katoenen doek. Of een rubberborsteltje. Dat je ook gebruikt om nubuk/ suèdeleer op te ruwen voordat je je schoenen poetst. Maar doe dit echt heel voorzichtig. Anders beschadig je het leer van je klankschaalstick.

 

Je kunt een uitstekende klankschaal hebben. En toch kan het zijn dat je hem niet kunt laten zingen. Dat wil niet zeggen dat het een slechte schaal is. Maar simpel dat de schaal er niet geschikt voor is. Hoewel je dat misschien denkt, is zelfs de beste klankschaal niet altijd overal voor geschikt.

Een racefiets is uitstekend als je op snelheid wilt fietsen. Maar voor crossen in het bos is diezelfde fiets niet de beste keuze. Klankschalen kunnen je als geen ander leren om compromissen te sluiten…

 

Een van de belangrijkste redenen dat je een klankschaal niet of moeizaam kunt laten zingen, is dat de rand niet egaal glad is. Omdat je met een gelijkmatige druk en snelheid de klopper langs de rand van je klankschaal moet kunnen strijken. Of in elk geval in een vloeiende beweging.

De kans bestaat dat de rand niet egaal glad is. Dat is heel normaal. Klankschalen zijn namelijk vaak handwerk en worden gehamerd. En dan kan het best zijn dat er op de rand ergens een oneffenheid van een hamerslag zit. Als je de klankschaal aanslaat, dan maakt dat voor het geluid niets uit. Maar het kan wel een belemmering zijn als je de klankschaal vloeiend en gelijkmatig aan wilt strijken.

Vergelijk het een beetje met een autorit. Je rijdt op een vlakke weg. En ineens vlieg je door een (of meerdere) kuil. Het is vergelijkbaar met de klopper die tijdens het strijken langs de schaalrand een hamerslagdeuk tegenkomt. Je klopper is dan subtiel uit zijn gelijkmatige snelheid en gaat stuiteren tegen de rand.

 

Tot slot, voor het beste resultaat is het belangrijk dat de grootte van je klankschaalstick is afgestemd op de grootte van je klankschaal. Dus als je een grootte zware klankschaal hebt, zal het lastiger zijn om deze in trilling te brengen met een hele kleine lichte klankschaalstick.

Andersom is het ook minder effectief om met een grote zware klankschaalstick een heel klein schaaltje aan te strijken. De kans is groot dat je door het hoge gewicht van de klopper waarmee je tegen de schaal strijkt, de subtiele klanktrillingen van het klankschaaltje dempt.

 

Een ander punt is dat hoe kleiner een klankschaal is, hoe moeilijker het vaak wordt om een klankschaal te laten zingen. Het is niet onmogelijk. Maar het hangt sterk af van het klankschaaltje. De kans is groot dat je een klankschaal van bijvoorbeeld 10 cm doorsnede niet kunt laten zingen.

Waarschijnlijk komt dat doordat de schaalwand in verhouding tot zijn grootte erg stug is en daardoor moeilijk in trilling is te brengen met de strijktechniek. Daarnaast is het veel lastiger om een klein klankschaaltje gelijkmatig aan te strijken, in een ronde beweging. Omdat je tijdens het draaien veel “scherpere bochten” moet nemen in vergelijking met een grote klankschaal.

Oké, nu je deze dingen weet kun je aan de slag.

 

Het mooiste is als je de klankschaal vanuit stilte langzaam op gang brengt. Dus het geluid laat aanzwellen. Dat is het meest boeiend en spannend. Dat is een beetje alsof je langzaam naar het hoogste punt van een achtbaan rijdt. En vervolgens geef je jezelf over aan de dynamiek die volgt. Zo kun je ook het geluid van je klankschaal langzaam opbouwen en vervolgens vol overgave midden in de bezwerende klank terecht komen.

 

Misschien vind je het erg lastig om het geluid van de klankschaal op gang te brengen. Dan kun je een beetje smokkelen. Je tikt dan alvast heel lichtjes tegen de klankschaal voordat je met de klankschaalstick langs de schaalrand begint te strijken. Vrijwel onhoorbaar. Maar het effect daarvan is dat de klankschaal daardoor al trilt en het geluid makkelijker opgang komt. Zoals je ook makkelijker een grote sneeuwbal rolt, als je eerst alvast een klein sneeuwballetje hebt (en de sneeuw natuurlijk goed “pakt”.)

Dit noemen ze “de toeristen-truc”. Wil je niet de toerist uithangen en houd je niet van goochelen, dan kun je het ook de tik-tactiek noemen. (Snelle brainstorm van mij.)

 

Hoe snel je met de klankschaalstick langs de schaalrand moet strijken, daar zijn geen vaste regels voor te geven. En ook niet hoeveel druk je op de schaalrand moet uitoefenen. Dat kan sterk verschillen per klankschaal. Sommige schalen zijn heel “stug” en komen moeizaam op gang. Andere klankschalen lijken geboren om te zingen.

Met andere woorden, hoe snel je moet draaien en met welke druk, dat is een kwestie van feeling en blijven aftasten. Maar laat je niet gek maken. Het moet wel leuk blijven. Dus draai er niet in door. :-P

 

Wat ik je aanraad is om met een hele lichte druk en een heel langzaam te beginnen met strijken tegen de schaal. Strijk zo dicht mogelijk tegen de rand. En houd de klopper een fractie schuin, zodat deze wijst naar de binnenkant van de klankschaal. Dan komt het geluid het makkelijkst op gang.

Als je merkt dat de schaal niet in trilling komt, kun je geleidelijk de draaisnelheid ietsje verhogen. Mocht je nog steeds geen verschil merken, dan kun je daarna GELIJKTIJDIG de druk waarmee je langs de schaalrand strijkt een klein beetje opvoeren. Zo kun je het beste vaststellen waar de klankschaal het beste op reageert.

 

Als het je nu gelukt is om het geluid mooi vol op gang te krijgen, dan zal er waarschijnlijk al gauw een moment komen waarop je merkt dat je “uit de bocht gaat vliegen”.

Daarmee bedoel ik dat je de klankschaalrand zeer sterk in trilling hebt gebracht. Het gevolg daarvan, is dat de klopper de neiging heeft om weg te ketsen van de klankschaal. Om vervolgens subtiel te gaan stuiteren. Het effect is dat het mooie geluid dat je had vrijwel direct weg is. In plaats daarvan krijg je als schraal surrogaat een schaal met schrapend geluid. Dat wil je volgens mij niet. Schrapen is nooit prettig. Geld schrapen niet. En schalen schrapen ook niet.

 

Op het moment dat je merkt dat de klopper de neiging heeft om te gaan stuiteren, is het belangrijk om de klanktrilling iets af te zwakken en in toom te houden. Dit doe je door de druk met de klankschaalstick tegen de schaalrand iets te verhogen. Je kunt daarbij ook de draaisnelheid iets verlagen. Het is dus weer aftasten wat goed werkt.

 

Nog een aardigheidje om te weten. Mensen denken vaak dat je met de klankschaalstick de schaal volledig “rond moet draaien”. Dat is niet zo. Als je de schaal goed op gang hebt, kun je ook volstaan met halve rondjes. Of zelf kwart rondjes. Je maakt dan een heen- en weergaande beweging langs de rand van de schaal.

Ik ervaar dat zelf als een soort “wiegbeweging” waarvan je heel makkelijk in trance raakt. Het leuke is ook, elke keer dat je de strijkrichting omdraait, verandert ook het geluid iets. Zo kun je dus zelf ook ritme in het geluid aanbrengen.

 

Een collega van mij gaf laatst aan dat hij het geweldig vindt om te werken met klankschalen. Ik zelf werk niet met klankschalen. Ook al heb ik een onderneming met klankschalen.

 

Ik speel met klankschalen. :-)

En ik wens jou ook veel speelplezier!

 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.